fbpx

Stichting TIJD

  • Vrijwilligers Willem en Harry

    Vrijwilligers Willem en Harry in de Le Roy tuin

  • Le Roy tuin 50 jaar: 1966 - 2016

    Le Roy tuin 50 jaar: 1966 - 2016

  • Ecokathedraal Mildam

    De Ecokathedraal in Mildam

  • Ecokathedraal Mildam

    De Ecokathedraal in Mildam

"Acht jaar geleden liep ik samen met Bert Dalmolen op een zondagochtend door de Ecokathedraal in Mildam. Louis le Roy had aan ons beiden gevraag een tekst te schrijven voor het boek Het Technicum en de mondiale contraculturen. Tijdens die wandeling hebben wij nagedacht over een vraag die ons toen bezighield. Hoe duurzaam is het gedachtegoed van Louis Le Roy? Zullen zijn gedachten blijven voortbestaan? Zullen zij de wereld kunnen veranderen, kunnen redden wellicht? Zal deze wereldverbeteraar op den duur te vergelijken zijn met de groten der aarde die de wereld in hún tijd wilden veranderen of de mensheid wilden behoeden voor de ondergang?

Grote hervormers die de loop van de geschiedenis hebben veranderd: Confucius, Boeddha, Plato, Socrates, Christus, Mohammed, Luther, Thomas More, Erasmus, Rousseau, Marx… Bert Dalmolen en ik zijn destijds om die vraag heen blijven draaien, tastend en dwalend, zoals we destijds ook ronddwaalden op die late herfstdag in de Ecokathedraal. Hoort Le Roy in dit rijtje van grote geesten thuis? Die vraag is natuurlijk niet te beantwoorden en zeker niet nu in de tijd waarin wij leven. De tijd zal het moeten leren.

Twee jaar later, in november 2010 bracht ik een bezoek aan de tentoonstelling Wereldverbeteraars die te zien was in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Dat instituut is het grootste documentatiecentrum ter wereld op het terrein van sociale geschiedenis en emancipatorische bewegingen. Men bewaart daar het originele manuscript van Het Kapitaal van Karl Marx, maar ook de originele geschriften van tal van andere grote geesten, mensen die de wereld met hun nieuwe ideeën veranderd hebben. Op deze kleine expositie in 2010 waren ook nog eens uit de hele wereld documenten van ander wereldverbeteraars bijeengebracht. Documenten, waarin de worsteling zichtbaar wordt met de gevolgen van de moderniteit en de globalisering. Vooral de negentiende eeuw is het tijdperk geweest van de grote ideologieën die de wereld wilden hervormen en de massa’s opnieuw een doel en richting wilden geven, maar er waren ook tal van splinterbewegingen die de moderniteit wilden vormgeven of de ingrijpende gevolgen daarvan juist wilden beteugelen of bestrijden. Die strijd gaat door tot op de dag van vandaag. Met pamfletten, profetische boeken, maar ook met bommen en granaten.

Tussen de geschriften van al die visionaire geesten op die kleine tentoonstelling in Amsterdam miste ik de belangrijkste hervormer van allemaal. Iemand die niet in dagen, in weken of in jaren heeft na gedacht, maar in eeuwen. Louis Le Roy. Le Roy was geen wereldverbeteraar met bommen en granaten, niet met bloedige oorlogen of revoluties met guillotines, maar met een paar simpele, menselijke en ook heel natuurlijke gedachten, waar maar één voorwaarde aan verbonden is. Je moet ze wel in praktijk brengen, elke dag met zijn allen, week in week uit, jaar in jaar uit. En dat gebeurt ook, nu al vijftig jaar lang, in de Kennedylaan in Heerenveen.

Le Roy was voor alles een wereldverbeteraar. In die zin past hij in een utopische traditie. Het streven om de wereld te verbeteren en een paradijs op aarde te creëren is in feite al vijf eeuwen gaande en begon toen de ontdekkingsreizigers vanuit het oude Europa nieuwe werelden gingen ontdekken ver achter de horizon. Maar het begon ook met Thomas More die precies vijfhonderd jaar geleden zijn boek Utopia schreef, een geheel nieuw ontwerp, niet alleen voor een betere wereld, maar zelfs voor een ideale wereld.

In de afgelopen vijftig jaar had het gedachtegoed van Le Roy het vermogen om telkens weer in een andere context een nieuwe waardering te vinden, waardoor een utopische erfenis van der jaren zestig bewaard bleef tot op de dag van vandaag. Van die utopische erfenis is de Le Roy-tuin aan de Kennedeylaan een belangrijk onderdeel.

Vijftig en vijfhonderd jaar geleden, dat zijn twee herdenkingen die op een wonderlijke manier naar elkaar verwijzen. Het Utopia van Thomas More heeft iets gemeen met het gedachtegoed van Louis Le Roy, maar wat precies? Thomas More brak met zijn verslag van een denkbeeldige reis naar de ideale wereld op het eiland Utopia met de christelijke traditie van het paradijs dat pas na de dood de mens te wachten staat. Dat paradijs zou ook op deze wereld mogelijk kunnen zijn voor de mens. Dat was voor die tijd een schokkend gedachte. Het leven op deze wereld was immers per definitie niet goed. ‘Het enige goede in dit leven ligt in de hoop op een ander leven’ zou Pascal later beweren. De gedachte dat hier tijdens dit leven al iets van het paradijs kon worden ervaren werd tot dan toe voor onmogelijk gehouden. Thomas More daarentegen beweerde dat we de ideale wereld al hier op aarde kunnen realiseren, zij het in de verre toekomst. En in feite was dat ook de conclusie waar Louis Le Roy, vijftig jaar geleden op uit was gekomen.

Maar er zijn ook verschillen tussen het Utopia van More en de utopische erfenis van Le Roy. Het Utopia van Thomas More bood voor het eerst uitzicht op een paradijs dat door de mens zelf gemaakt kan worden. Maar in dit morgenrood van de moderne tijd gloorde ook al het eerste licht dat wees op een mogelijk verdwijnen van God. Die mogelijke verdwijning moest met de stille terreur van de ideale heilstaat worden bestreden. Dat God misschien niet zou kunnen bestaan was de meest explosieve gedachte die denkbaar werd met het Utopia van Thomas More. De fundamenten, waarop dit Utopia werd gebouwd, waren van monotheïstische makelij. God was de enige hypotheek van de moraal, de macht en de staat. De utopische traditie op zichzelf was dan ook de laatste schuilplaats voor de gedachte dat die ene God ook echt zou bestaan.

In de vlucht vooruit naar het paradijs op aarde, die uit de toekomstdroom van de zestiende eeuw is voortgekomen, lijkt een theologisch residu als een soort heilige mogelijkheid zijn blijven bestaan. Monotheïsme, macht en utopie zijn sindsdien vijf eeuwen lang onlosmakelijk met elkaar verbonden geweest . Die totalitaire erfenis van de utopie, waar nog een laatste kern van religie zit ingebakken, mocht in zijn uiterste consequentie beslist niet verwezenlijkt worden. Dat heeft de geschiedenis inmiddels geleerd. Maar die erfenis geeft – zoals Hans Achterhuis in een fraaie studie over het utopische denken heeft aangetoond – wel stof tot denken, omdat dit schrikbeeld ook telkens weer in een nieuwe gedaante tevoorschijn kan komen.

Ook Le Roy creëerde een Utopia, maar niet aan het einde van de geschiedenis, maar in het hier en nu, in de alledaagse wereld waarin wij leven. Zijn Utopia was geen ideale wereld of totalitaire heilstaat in de verte, als een voltooiing van de geschiedenis, de dialectiek of de klassenstrijd, maar een praktisch recept voor hoe je moet omgaan met je directe leefomgeving. We moeten onze eigen tuin gaan wieden, alsof de aarde onze tuin is. De ideale wereld bestaat niet, en God bestaat misschien ook niet, tenminste dat weten we niet. Maar een ding kunnen we met zekerheid weten. We moeten op deze wereld passen alsof het een tuin is. Il faut garder notre jardin.

Niemand weet hoe de wereld er over 500 jaar uit zal zien. Zal het gedachtengoed van Le Roy dan ook herdacht worden, zoals wij nu het geboortejaar herdenken van het Utopia van Thomas More? Bestaat de wereld dan nog wel? Het is een ongemakkelijke gedachte dat de mensheid over 500 jaar niet meer zou bestaan. Dat doemscenario had zelfs Thomas More 500 jaar geleden wellicht niet voor mogelijk gehouden. Niet dat hij de verre toekomst op het eiland Utopia zo rooskleurig voor ogen zag, integendeel. Ondanks alle humane verworvenheden was er iets grondig mis in zijn Utopia. De kwestie, wat de ware godsdienst moet zijn, wordt door de utopiërs van Thomas More wijselijk onbetwist gelaten. Maar de keerzijde van deze verdraagzaamheid is ronduit grimmig.

In Utopia was het voor niemand geoorloofd om de waardigheid van de menselijke natuur te verlagen door de gedachte te uiten, dat de ziel met het lichaam mee sterft of dat er geen God bestaat en de wereld zomaar op goed geluk draait. Die gedachten waren alleen strikt verboden. Wie er anders over dacht behoorde in feite niet tot de menselijke soort. Hij was, zoals More letterlijk schrijft: ‘van beneden-menselijk niveau, want hij vernedert zijn ziel, die van bovenaardse oorsprong is, tot hetzelfde peil als het armzalige lichaam, dat wij met de beesten gemeen hebben.’ Kortom Utopia was de eerste totalitaire staat, dat is de keerzijde van het paradijs op aarde. Pascal zou het later nog iets scherper verwoorden: ‘De mens is engel noch beest, en het ongeluk wil dat wie engel wil zijn, beest wordt.’

Hoe moet dat dan op de lange termijn, als mensen streven naar een utopie, een paradijs op aarde? Is het niet juist dat utopische streven dat tot de ondergang leidt? Anders gezegd, bestaat de mensheid nog wel over 500 jaar? Dat is geen onwaarschijnlijke gedachte, zelfs geen anti-utopie, want je hoort deze gedachte steeds meer. Als ecologen, klimatologen en ondergangsprofeten het bij het rechte eind hebben, dan is het met de mens en de wereld niet best gesteld. De techniek zal de mens in de komende eeuwen totaal gaan overheersen, zo luidt een vaak geuite verwachting. De vervuiling van lucht en water zal de aarde uiteindelijk onbewoonbaar maken. De mens, die als een tovenaarsleerling die de natuur onderwierp, zal uiteindelijk de slaaf worden van zijn eigen ontdekkingen die hem naar de ondergang leiden. Het is de vraag of dat proces nu al onontkoombaar in gang is gezet, of dat het tij nog te keren is. Eén ding lijkt zeker, de techniek beheerst de mens en niet andersom.

We leven in een door de techniek bepaalde wereld en alleen een radicale tegencultuur lijkt ons op termijn nog te kunnen redden. Dat hebben ook alle filosofen van de tegencultuur in de jaren zestig beweerd. Ontwikkelingen in de kunst kregen hun tegenhanger in nieuwe modellen voor de maatschappij. Het waren visies, die uit allerlei bronnen voorkwamen, maar één ding gemeen hadden: een fundamenteel verzet tegen het rationalisme van de technologische samenleving met zijn strakke tijd-as en waarden als efficiency en regelmaat. Het was de verbeelding die de macht ondermijnde, een onderstroom van nieuwe ideeën die de technologische mainstream bestreed.

Maar is er nog toekomst met dit soort alternatieve ideologieën? Zullen de komende generaties zich Louis Le Roy blijven herinneren? Le Roy heeft er tijdens zijn leven keer op keer op gewezen dat wij op de verkeerde weg zijn met de wijze waarop we met de natuur omgaan. De oplossingen die hij heeft aangedragen staan verwoord in meerdere boeken van hem maar komen vooral tot uiting in zijn ecokathedrale projecten waaraan tot op de dag vandaag wordt doorgewerkt. Nu al weer 50 jaar lang aan de Le Roy tuin aan de Kennedylaan, waar deze tentoonstelling aan is gewijd.

Confucius, Boeddha, Plato, Socrates, Christus, Mohammed, Luther, Thomas More, Erasmus, Rousseau, Marx… hoort Le Roy in dit rijtje van grote geesten thuis? Nogmaals; De tijd zal het moeten leren... maar vijftig jaar is een begin. Een begin wellicht van een nieuwe tijd, een betere wereld, niet alleen voor ons, maar vooral voor onze kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen. Onze generatie is maar een rimpeling in de zee van tijd die de mensheid wellicht nog te wachten staat. Tenminste, als mensen het op kunnen brengen om te luisteren naar simpele ideeën. De ideeën van Louis Le Roy bijvoorbeeld."

 

Deze tekst van Huub Mous is bij de opening van de tentoonstelling "50 jaar Le Roy tuin" in Museum Heerenveen voorgelezen door Roelof Koster

Nieuwsbrief

Meld u hier aan voor de nieuwsbrief die ongeveer 6 keer per jaar verschijnt.
Wat doen wij met uw gegevens? Lees onze privacyverklaring
captcha 
Ik ga akkoord met Privacy beleid

Winkelmandje met boeken

De winkelwagen is leeg